De Lamp – 2020


An new opera for 3 soloists, piano, recorded choir, and electronics 90 ”
to be premièred in may 2020 at the Operadagen Rotterdam
Touring  july – autumn ’20

with:                                                

Arnout Lems  (bariton)
Esther Kuiper  (mezzo)
Helmert Woudenberg  (acteur)
Charlie-Bo Meijering  (piano)
Cappella Amsterdam  (choir – pre-recorded)


composition                                    Huba de Graaff
libretto                                             Erik-Ward Geerlings
director                                            Marien Jongewaard

production                                      Stichting WilCo/HubadeGraaff.com
co-producers                                  Nieuw West /  Operadagen Rotterdam /


In DE LAMP the fall of Srebenica is portrayed as a Dutch livingroom-drama.
Despite all analyzes and reports, the last word has not yet been said about responsibility for the genocide, the largest genocide in Europe since the Holocaust.
Terror, guilt and feelings of inferiority at least play a major role,
not only in the figure of Karremans but in everyone who tries to imagine this history.
With all the knowledge, the opera wants to re-feel the collective uneasiness.

“What I always used to say: I am a piano player. Don’t shoot the pianoplayer.” Mladic: “You are a worthless pianist.”

In DE LAMP wordt de val van Srebenica neergezet als klein-Hollands huiskamerdrama.

Alle analyses en rapporten ten spijt is over de verantwoordelijkheid voor de genocide, de grootste in Europa sinds de holocaust, het laatste woord nog niet gezegd.

Deze opera wil de collectieve ongemakkelijkheid ten aanzien van de val van Srebenica doen voelen.

Korte inhoud: Karremans komt thuis met de lamp die hij van Mladic kreeg als cadeau voor zijn vrouw. Tot zijn teleurstelling ontvangt mevrouw Karremans hem niet van harte. Ze zag hem op televisie en schaamt zich voor hem. En het was niet alleen om zijn gebrek aan moed maar ook omdat hij het in zijn hoofd haalde om aan Mljadic te vertellen dat hij twee kinderen heeft. Terwijl ze helemaal geen kinderen hebben. En dat alles voor het oog van de wereld. Karremans slaapt noodgedwongen op de bank, zijn vrouw wil hem niet. Op tafel staat de lamp. Zo lelijk is hij niet, vindt Karremans als hij de lamp uit doet. In de daaropvolgende droomscènes – steeds gemarkeerd door het aan en uit gaan van de lamp – wordt Karremans zowel door zijn vrouw als door de Servische generaal onder druk gezet. Karremans’ laatste restjes eigenwaarde worden weggevaagd in zijn pogingen tot Hollands gepolder. Als alle vernedering en onmacht hem teveel worden slaat Karremans met de lamp zijn vrouw buiten westen. Door deze bruutheid krijgt hij eindelijk het respect van Mladic. In de laatste scène verzoent hij zich met zijn vrouw, in het besef dat 1800 km verderop de genocide plaatsvindt, terwijl de gruwelijke televisiebeelden langzaam de Hollandse huiskamers binnensijpelen.

Het is makkelijk om het optreden van Karremans af te doen als lafheid.
Doodsangst, gevoelens van minderwaardigheid en schuldgevoel speelden een grote rol, niet alleen bij de figuur Karremans, maar ook bij het politieke thuisfront. En schuldgevoel en schaamte bij iedereen die zich naderhand een voorstelling probeerde te maken van wat er toen heeft plaatsgevonden.

Tekst noch muziek worden geïroniseerd.
Het libretto wordt in een eenvoudig, schijnbaar naïef, Nederlands geschreven.
Ook het muzikaal materiaal is geinspireerd op eenvoudige vaderlandslievende Hollandse liederen. Traag gezongen, waardoor een behoorlijke ongemakkelijkheid, maar ook schoonheid, ontstaat.

In de enscenering wordt de ruimte vooral door licht gecreëerd. Op het podium staat weinig meer dan een bank en een tafel met de Lamp. (En een vleugel.)
De voorstelling zal zowel in een zaal als ook op locatie gespeeld kunnen worden.

Helemaal aan het eind ziet het publiek tegelijk met Karremans en zijn vrouw de confronterende televisiebeelden uit juli 1995.